Uit de Geschiedenis van Nieuw-Roden: Gedoe over een een nortonput

Door: Tjerk Karsijns

Vergeefse slimheid van de toenmalige inwoners van Roderveld Vijf inwoners van Nieuw-Roden, in 1924 nog Roderveld, benaderden de gemeente Roden in dat jaar per brief met het verzoek in hun dorp een nortonput te laten slaan. Men maakte zich, geheel terecht, zorgen over de bluswatervoorziening. De inwoners, niet onbekend met de zuinigheid van hun gemeentebestuur, hadden een list bedacht; zij vroegen de gemeente een nortonput te laten slaan dichtbij de school of de bakkerij. Wanneer de put werd geslagen bij de school was de heer J. de Jong, als inwoner, bereid ƒ.50,- bij te dragen.
Toch werkelijk een niet gering bedrag in die dagen. Wanneer de put zou komen op de hoek bij de bakkerij was De Jong genegen ƒ.10,– te betalen. Het gezegde “iemand een worst voorhouden om een zijde spek te krijgen” ging niet op voor de inwoners van Roderveld. Omdat er volgens B en W in de omgeving van school en bakkerij slechts weinig woningen stonden en een put duur was, werd het verzoek afgewezen. In 1928 stuurden de inwoners van Roderveld de gemeente Roden opnieuw een brief, waarin zij vroegen om “een betere watervoorziening, zulks met het oog op de beschikbaarheid van
drinkwater en water voor het blussen van brand”. Ongeduld kon de bewoners van Roderveld moeilijk worden verweten.

Al in september 1924 immers hadden zij nul op het rekwest gekregen. Opnieuw viel de beslissing echter negatief uit. Burgemeester Van Wageningen wilde eerst een nieuwe nortonput in Roden, maar toonde zich wel bereid de sloot achter de tuin van de schoolwoning te laten uitdiepen en verbreden. Dan had men immers bluswater wanneer er brand zou uitbreken. De begrotingscommissie dacht daar evenwel anders over en wenste de bewoners van Nieuw-Roden tegemoet komen. Zij kwam met een alternatief, door voor te stellen in Nieuw-Roden een waterput aan te leggen. De kosten van zo’n put bedroegen ongeveer ƒ.200,– en vielen natuurlijk aanzienlijk lager uit dan die van het slaan van een nortonput.

In 1936 kwam de gemeente Nieuw-Roden opnieuw een weinig tegemoet. De vierwielige handbrandspuit van Nietap ging naar Nieuw-Roden. Hij werd gestald in de bergplaats van de school, waar ook de brandstoffen lagen opgeslagen. In 1937 besloot burgemeester Bloemers gemeentearchitect Scholtmeijer opdracht te geven proefboringen te laten doen voor een nortonput in Nieuw-Roden en een begroting te maken. Het onderzoek van de gemeentearchitect resulteerde in het besluit in Nieuw-Roden een nortonput te laten slaan.
De firma Deibel uit Leeuwarden kreeg de opdracht. Zij wilde op 5 augustus 1937 beginnen, maar kampte met een probleem. Van de vrachtauto die de materialen moest vervoeren brak een as en zodoende kwamen de motor en de boortoren niet op de afgesproken tijd in Nieuw-Roden aan. Omdat een kleinere vrachtauto twee keer moest rijden en hij in Leeuwarden bij het laden van de auto aanwezig moest zijn, was de boormeester de eerste keer niet meegekomen. De gemeente had echter al hulppersoneel ingehuurd om het personeel van Deibel te assisteren.
Nu de boormeester er niet was kon men niet met het werk beginnen. Een geïrriteerde burgemeester Bloemers deed telefonisch zijn beklag bij de firma Deibel, die zich verdedigde door te stellen dat zij met overmacht van doen had. Verder was zij van mening dat de gemeente het extra personeel te vroeg had ingehuurd. Deibel zei zich niet te kunnen wapenen tegen onvoorziene omstandigheden als het breken van een as. Zij hoopte echter op 9 augustus met boren te kunnen beginnen. De nieuwe nortonput werd geslagen in de buurt van de school. De totale kosten van de put in Nieuw-Roden bedroegen ƒ.1841,13.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *